Een Zondag na Pinksteren. In de opname zit een ruis.

Schriftlezing:

Johannes 6: 60 Velen dan van Zijn discipelen, dit horende, zeiden: Deze rede is hard; wie kan dezelve horen? 61 Jezus nu, wetende bij Zichzelven, dat Zijn discipelen daarover murmureerden, zeide tot hen: Ergert ulieden dit? 62 Wat zou het dan zijn, zo gij den Zoon des mensen zaagt opvaren, daar Hij te voren was? 63 De Geest is het, Die levend maakt; het vlees is niet nut. De woorden, die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven. 64 Maar er zijn sommigen van ulieden, die niet geloven. Want Jezus wist van den beginne, wie zij waren, die niet geloofden, en wie hij was, die Hem verraden zou. 65 En Hij zeide: Daarom heb Ik u gezegd, dat niemand tot Mij komen kan, tenzij dat het hem gegeven zij van Mijn Vader. 66 Van toen af gingen velen Zijner discipelen terug, en wandelden niet meer met Hem. 67 Jezus dan zeide tot de twaalven: Wilt gijlieden ook niet weggaan? 68 Simon Petrus dan antwoordde Hem: Heere, tot Wien zullen wij heengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens. 69 En wij hebben geloofd en bekend, dat Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods. 70 Jezus antwoordde hun: Heb Ik niet u twaalf uitverkoren? En een uit u is een duivel. 71 En Hij zeide dit van Judas, Simons zoon, Iskariot; want deze zou Hem verraden, zijnde een van de twaalven.

Na het gebed, voor de preek is Gezang 216 gezongen

1 Heil'ge Jezus, mij ten leven, ter heiligmaking mij gegeven, hoe heerlijk zijt G' in heiligheid! Hemels voorbeeld, al de luister van eng'lenheiligheid wordt duister bij 't licht van uwe heiligheid. O Gij, zo onbesmet, Gij zijt mijn hoofd en wet! Heil'ge Jezus, o heilig mij, dat ik als Gij in hart en wandel heilig zij!

2 's Vaders wil was boven allen, o Jezus, steeds uw welgevallen, Gij zweegt voor Hem op alles stil. Och, mocht al mijn levensdagen, wat Hem behaagt ook mij behagen, mijn wil zich voegen naar zijn wil! Dat ik met al mijn lust in zijne wil berust'. Hoor mijn zuchten, o heilig mij, dat ik als Gij in alles onderworpen zij!

3 Heil'ge Jezus, vorm mijn leden, mijn krachten en begeerlijkheden, dat aan mij alles U gelijk': 't oog in 't zien, de voet in 't wand'len, dat in mijn denken, spreken, hand'len, in alles uwe beelt'nis blijk'. Hervorm vooral, volmaak mijn hart naar uwe smaak! Heil'ge Jezus, o heilig mij, dat ik als Gij in U volmaakt en heilig zij!

Tot slot moet gezongen zijn Psalm 48: 4 Wij, o verheven Majesteit, Gedenken Uw weldadigheid In 't midden van Uw heilge woning. Gelijk Uw Naam is; grote Koning, Bij ons terecht geprezen, Zo is Uw roem gerezen, En bij de volken zeer vermaand, Tot aan het uiterst' eind der aard. Uw rechterhand, die 't kwaad niet duldt, Is met gerechtigheid vervuld.

 

Bijlagen:
BestandBestandsgrootte
Bewaar het bestand FG Johannes 6,65 | Niemand komt tot de Vader tenzij.mp3FG Johannes 6,65 | Niemand komt tot de Vader tenzij.mp319228 kB