Schriftlezing:Deut 61 9

1 Dit zijn dan de geboden, de inzettingen en de rechten, die de HEERE, uw God, geboden heeft om u te leren; opdat gij ze doet in het land, naar hetwelk gij heentrekt, om dat erfelijk te bezitten; 2 Opdat gij den HEERE, uw God, vrezet, om te houden al Zijn inzettingen, en Zijn geboden, die ik u gebiede; gij, en uw kind, en kindskind, al de dagen uws levens; en opdat uw dagen verlengd worden. 3 Hoor dan, Israël! en neem waar, dat gij ze doet, opdat het u welga, en opdat gij zeer vermenigvuldigdet (gelijk als u de HEERE, uwer vaderen God, gesproken heeft) in het land, dat van melk en honig is vloeiende. 4 Hoor, Israël! de HEERE, onze God, is een enig HEERE! 5 Zo zult gij den HEERE, uw God, liefhebben, met uw ganse hart, en met uw ganse ziel, en met al uw vermogen. 6 En deze woorden, die ik u heden gebiede, zullen in uw hart zijn. 7 En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit, en als gij op den weg gaat, en als gij nederligt, en als gij opstaat. 8 Ook zult gij ze tot een teken binden op uw hand, en zij zullen u tot voorhoofdspanselen zijn tussen uw ogen. 9 En gij zult ze op de posten van uw huis, en aan uw poorten schrijven.

Heidelbergse catechismus Zondag 4

Vraag 9 Doet dan God den mens onrecht, dat Hij in zijn wet van hemeist, wat hij niet doen kan? Antwoord: Neen Hij ; want God heeft den mens alzo geschapen, dat hij datkon doen ; maar de mens heeft zichzelf en al zijn nakomelingen, door hetingeven des duivels, van deze gaven beroofd.

Vraag 10 Wil God zulke ongehoorzamheid en afval ongestraft laten? Antwoord: Neen Hij, geenzins; maar Hij vertoornt zich schrikkelijk beideover de aangeborene en werkelijke zonden, en wil die door een rechtvaardigoordeel tijdelijk en eeuwiglijk; gelijk Hij gesproken heeft: Vervloekt iseen iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet,om dat te doen.

Vraag 11 Is dan God ook niet barmhartig? Antwoord: God is wel barmharti , maar Hij is ook rechtvaardig : daaromzo eist zijn gerechtigheid, dat de zonde, welke tegen de allerhoogste majesteitGods gedaan is, ook met de hoogste, dat is, met de eeuwige straf aan lichaam en ziel gestraft worde

Bijlagen:
BestandBestandsgrootte
Bewaar het bestand FG Deuteronomium 6,5  | 'ons vermogen'  | 1973.02.18.mp3FG Deuteronomium 6,5 | 'ons vermogen' | 1973.02.18.mp323385 kB