Psalmen 119105

 

Zingen Psalm 119: 52 en 53

52 Hoe zoet zijn mij Uw redenen geweest! Geen honig kon 't gehemelt' beter smaken; Alleen door Uw bevelen krijgt mijn geest Verstand van God en Goddelijke zaken; Dies heb ik al de leugenpaan gevreesd, En zal bedrog en slinkse wegen wraken.

53 Uw woord is mij een lamp voor mijnen voet, Mijn pad ten licht, om 't donker op te klaren. Ik zwoer, en zal dit met een blij gemoed Bevestigen, in al mijn levensjaren, Dat ik Uw wet, die heilig is en goed, Door Uw gena bestendig zal bewaren 

Schriftlezing: Psalmen 119: 97 Mem. Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting den gansen dag. 98 Zij maakt mij door Uw geboden wijzer, dan mijn vijanden zijn, want zij is in eeuwigheid bij mij. 99 Ik ben verstandiger dan al mijn leraars, omdat Uw getuigenissen mijn betrachting zijn. 100 Ik ben voorzichtiger dan de ouden, omdat ik Uw bevelen bewaard heb. 101 Ik heb mijn voeten geweerd van alle kwade paden, opdat ik Uw woord zou onderhouden. 102 Ik ben niet geweken van Uw rechten, want Gij hebt mij geleerd. 103 Hoe zoet zijn Uw redenen mijn gehemelte geweest, meer dan honig mijn mond! 104 Uit Uw bevelen krijg ik verstand, daarom haat ik alle leugenpaden. 105 Nun. Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad. 106 Ik heb gezworen, en zal het bevestigen, dat ik onderhouden zal de rechten Uwer gerechtigheid.

Voor de preek zingt de gemeente Gezang 221 in zijn geheel

1 Schoonste Heer Jezus, Heer aller sferen, Zoon van God, Maria's Zoon, U wil 'k beminnen, U wil ik eren, Gij mijner ziele vreugd en kroon.

2 Schoon zijn de beemden, schoon zijn de bossen in de schone voorjaarstijd. Jezus is schoner, Jezus is reiner, die ons bedroefde hart verblijdt.

3 Schoon is de maanglans, schoner het zonlicht en de sterren altemaal. Jezus straalt schoner Jezus straalt reiner, dan 't eng'lenheir in 's hemels zaal.

4 Schoon zijn de bloemen, schoner de mensen in hun jonge levenstijd. Zij moeten sterven, eenmaal verderven, maar Jezus leeft in eeuwigheid.

5 Hemelse schoonheid, schoonheid der aarde vinden w' in uw schoonheid weer; mij is geen waarde hoger op aarde, dan Gij alleen, mijn schoonste Heer!

De Slotpsalm zal Psalm 119: 88 zijn geweest:  Gun leven aan mijn ziel, dan looft mijn mond Uw trouwe hulp; stier mij in rechte sporen; Gelijk een schaap heb ik gedwaald in 't rond, Dat, onbedacht, zijn herder heeft verloren; Ai, zoek Uw knecht, schoon hij Uw wetten schond; Want hij volhardt naar Uw geboon te horen.