Schriftlezing:

1 Wijsheid heeft haar huis gebouwd, zeven zuilen heeft ze uitgekapt. 2 Ze heeft haar vee geslacht, haar wijn gemengd, haar tafel heeft ze gedekt. 3 Haar dienaressen heeft zij de stad in gestuurd, zelf roept zij vanaf de hoogste plaats: 4 ‘Onnozele mensen, kom toch deze kant op.’ Wie geen verstand heeft roept ze toe: 5 ‘Kom, eet het brood dat ik je geef, drink de wijn die ik heb gemengd. 6 Wees niet langer zo onnozel, leef, en betreed de weg van het inzicht.’ 7 Wie een spotter terechtwijst, wordt bespot,wie een goddeloze de les leest, wordt belachelijk gemaakt. 8 Wijs een spotter niet terecht, hij zou je haten, berisp een wijze, en hij mag je graag. 9 Een wijze wordt nog wijzer als je hem berispt, een rechtvaardige vergroot zijn inzicht door wat je hem leert. 10 Wijsheid begint met ontzag voor de HEER, inzicht is vertrouwdheid met de Heilige. 11 Door mij, Wijsheid, vermeerderen de dagen van je leven,je levensjaren nemen door mij toe. 12 Als je wijs bent, heb je er zelf voordeel van, als je spot, benadeel je jezelf.

Bijlagen:
BestandBestandsgrootte
Bewaar het bestand liturgie Spreuken 9,1-12.pdfliturgie Spreuken 9,1-12.pdf56 kB
Bewaar het bestand Spreuken 9,1-12.mp3Spreuken 9,1-12.mp316777 kB