Schriftlezing:

11 Joveel, dát zal het jaar van de vijftig jaar voor u wezen: ge zult niet zaaien,- wat daarin spontaan opschiet 
zult ge niet maaien, en waarvan ge u moet onthouden, 
dat zult ge niet afsnijden. 12 Want joveel is het,- iets van heiliging zal het voor u wezen; zó van het veld moogt ge zijn opbrengst wel eten. 13 In dit jaar van de joveel keert ge terug, ieder naar zijn eigen stek. 14 Wanneer ge iets verkoopt, bij een verkoop aan je maat, of iets aankoopt uit de hand van je maat: dan zult ge elkaar -man en broeders- 
niet benadelen. 15 Rekenend met het getal van jaren 
ná de joveel koop je iets bij je maat; rekenend met het aantal jaren 
van opbrengst verkoopt hij iets aan jou. 16 Naarmate het méér jaren zijn zal hij zijn koopprijs vermeerderen, en naarmate het minder jaren zijn vermindert hij zijn koopprijs; want een aantal ópbrengsten is het wat hij aan jou verkoopt. 17 Ge zult elkaar -man en maat- niet benadelen,- ontzag zul je hebben voor je God; want ik, de Ene, ben je God!

Bijlagen:
BestandBestandsgrootte
Bewaar het bestand Leviticus 25,11-17.mp3Leviticus 25,11-17.mp315863 kB
Bewaar het bestand liturgie Leviticus 25,11-17.pdfliturgie Leviticus 25,11-17.pdf115 kB
Bewaar het bestand preek Leviticus 25,11-17.pdfpreek Leviticus 25,11-17.pdf528 kB