Schriftlezing:

38 Dit nu is het wat u op het altaar moet bereiden: elke dag twee lammeren van een jaar oud, en dat voortdurend. 39Het ene lam moet u in de morgen bereiden en het andere lam moet u tegen het vallen van de avond bereiden, 40met een tiende efa meelbloem, gemengd met een kwart hin uit olijven gestoten olie, en een plengoffer van een kwart hin wijn, voor het ene lam. 41En het andere lam moet u bereiden tegen het vallen van de avond. U moet daarmee doen als met het ochtendgraanoffer en het bijbehorende plengoffer, als een aangename geur. Het is een vuuroffer voor de HEERE. 42Het moet een voortdurend brandoffer zijn, al uw generaties door, bij de ingang van de tent van ontmoeting, voor het aangezicht van de HEERE. Daar zal Ik u ontmoeten om daar met u te spreken. 43Daar zal Ik dan de Israëlieten ontmoeten, en zij zullen door Mijn heerlijkheid geheiligd worden. 44Dan zal Ik de tent van ontmoeting en het altaar heiligen. Ik zal Aäron en zijn zonen heiligen om voor Mij als priester te dienen. 45Ik zal dan te midden van de Israëlieten wonen, en Ik zal hun tot een God zijn. 46En zij zullen weten dat Ik de HEERE, hun God, ben, Die hen uit het land Egypte geleid heeft, opdat Ik in hun midden zal wonen; Ik ben de HEERE, hun God.

Bijlagen:
BestandBestandsgrootte
Bewaar het bestand Exodus 29,38-46.mp3Exodus 29,38-46.mp319455 kB
Bewaar het bestand liturgie Exodus 29,38-46.pdfliturgie Exodus 29,38-46.pdf71 kB
Bewaar het bestand preek Exodus 29,38-46.pdfpreek Exodus 29,38-46.pdf97 kB