Schriftlezing:

Matteüs 27: 1-8

1 Als het morgen wordt nemen alle heiligdomsoversten en de oudsten van de gemeenschap een raadsbesluit over Jezus, zodat ze hem kunnen doden. 2 Ze binden hem, voeren hem weg en geven hem over aan Pilatus, de landvoogd. 3 Dán, als Judas die hem heeft prijsgegeven ziet dat hij veroordeeld is, krijgt hij berouw en brengt hij de dertig zilverlingen terug naar de heiligdomsoversten en oudsten; 4 hij zegt: ik heb gezondigd, ik heb onschuldig bloed prijsgegeven! Maar zij zeggen: wat gaat ons dat aan?- zie zelf maar!* 5 Hij gooit de zilverstukken de tempel in en neemt de wijk. Hij gaat weg en verhangt zich. 6 De heiligdomsoversten nemen de zilverstukken op en zeggen: het is niet geoorloofd die in de korbankist te werpen, daar het de waarde van bloed is! 7 Ze nemen een raadsbesluit en kopen daarvoor de akker van de pottenbakker, als begraafplaats voor de vreemdelingen. 8 Daarom wordt die akker uitgeroepen tot ‘Bloedakker’, tot op vandaag.

Genesis 4: 1-12

1 De –rode– mens heeft Eva, zijn vrouw, bekend; zij wordt zwanger en baart Kaïn,- verworvene! Ze zegt: verworven heb ik een man, bij de Ene! 2 Zij voegt toe en baart zijn broeder Abel,- ijlheid; Abel wordt herder over wolvee, Kaïn is dienaar van de –rode– grond geworden. 3 Het geschiedt na verloop van dagen: Kaïn doet komen van de vrucht van de –rode– grond een broodgift aan de Ene. 4 Abel, ook hij heeft doen komen: van de eerstelingen van zijn wolvee en van hun vet; de Ene slaat acht op Abel en zijn broodgift. 5 Op Kaïn en zijn broodgift heeft hij geen acht geslagen; dat brandt hevig in Kaïn en zijn aanschijnstrekken vervallen. 6 Dan zegt de Ene tot Kaïn: waarom is het in jou zo ontbrand en waarom zijn je aanschijnstrekken vervallen?- 7 is er niet als je goed doet verheffing?- en als je niet goed doet ligt zonde voor de deur op de loer; op jou is zijn hartstocht gericht, en jij, jij moet over hem heersen! 8 Dan zegt Kaïn tot Abel, zijn broer:………* En het geschiedt: als zij op het veld zijn staat Kaïn op tegen Abel, zijn broer, en vermoordt hem. 9 Dan zegt de Ene tot Kaïn: waar is Abel, je broer?- hij zegt: mij onbekend,- ben ík mijns broeders hoeder? 10 Hij zegt: wát heb je gedaan!- een stem!- stromen bloed van je broeder schreeuwen mij toe van de –rode– grond!- 11 nu dan, vervloekt jij, weg van de –rode– grond die haar mond moest opensperren om de stromen bloed van je broeder op te nemen uit jouw hand; 12 wanneer je de –rode– grond dient zal ze haar kracht niet toevoegen aan jou; dolend en dwalend zul je wezen op het aardland!

Bijlagen:
BestandBestandsgrootte
Bewaar het bestand Genesis 4, 1-12.mp3Genesis 4, 1-12.mp322763 kB
Bewaar het bestand Liturgie Genesis 4, 1-12.pdfLiturgie Genesis 4, 1-12.pdf48 kB
Bewaar het bestand Preek Genesis 4, 1-12.pdfPreek Genesis 4, 1-12.pdf102 kB