Schriftlezing:

1 Dit nu is de zegen waarmee Mozes, de man Gods, de Israëlieten gezegend heeft, vóór zijn dood. 2 Hij zei: De HEERE is van Sinaï gekomen, als de zon kwam Hij uit Seïr op. Hij verscheen blinkend vanaf de Paranbergen, Hij kwam met tienduizenden heiligen,aan Zijn rechterhand was een vurige wet voor hen. 3 Ja, Hij heeft de volken lief! Al Zijn heiligen zijn in Uw hand,Zíj zitten aan Uw voeten en vangen iets op van Uw woorden. 4 Mozes gebood ons de wet,het erfelijk bezit van de gemeente van Jakob. 5 Hij was Koning in Jesjurun, toen de hoofden van het volk zich verzamelden, samen met de stammen van Israël.